Veiligheid en comfort verenigen

Kinderveilige verpakkingen: een must zonder (milieu)last

Steeds meer producten moeten om veiligheidsredenen verpakt worden met sluitingen die jonge kinderen niet kunnen openen. Dergelijke verpakkingen worden onderworpen aan zorgvuldige certificatietesten, testen die bovendien garanderen dat (de meeste) oudere mensen er vlot mee overweg kunnen. Kinderveilige verpakkingen hebben dan ook nauwelijks nadelen. De bijkomende productiekost is klein en de milieulast meestal verwaarloosbaar.


Wetgeving wordt strenger

Chemische stoffen en mengsels die een gevaar kunnen vormen voor kleine kinderen moeten verpakt worden met een kinderveilige sluiting. Voor welke stoffen en mengsels dat geldt, is bepaald in de Europese verordening 1272/2008, beter bekend als de CLP-verordening (Classification, Labelling, Packaging). “De wetgeving is strenger geworden,” zegt Didier Wittebolle, Coordinator Child Resistant Packaging bij het Belgisch Verpakkingsinstituut (BVI). “Door de nieuwe CLP-verordening zullen er meer producten het gebruik van kinderveilige verpakkingen vereisen.”

Verschillende technieken voor kinderveilige sluiting

De stoffen waarover het gaat worden in de praktijk verpakt in flessen en flacons (meestal vloeibare en poedervormige stoffen) en in blisters (pillen). Om die verpakkingen kinderveilig te maken zijn er al geruime tijd doeltreffende oplossingen op de markt. “Voor hersluitbare flessen en flacons bestaan er verschillende systemen,” zegt Didier Wittebolle. “Er is het druk-draai-systeem, waarbij je vertikaal op de dop moet duwen en tegelijk draaien om de fles te openen. Een ander systeem is squeeze-turn: daarbij ontgrendel je de dop door te knijpen. Minder bekend is de snap-cap-techniek, waarbij je de dop precies moet draaien tot op een bepaalde visuele markering. De kinderveiligheid van blisters is gebaseerd op kracht: kleine kinderen kun

Een certificaat wordt alleen afgeleverd voor een welbepaalde combinatie van flacon en dop.

 

Praktijktesten met kinderen garanderen veiligheid 

Om het certificaat kinderveilig te krijgen, moeten deze verpakkingen met succes een reeks testen doorstaan, beschreven in ISO 8317 (voor hersluitbare flessen en flacons), EN 14375 (voor niet-hersluitbare verpakkingen voor geneesmiddelen), EN 862 (voor niet-hersluitbare verpakkingen voor niet-farmaceutische producten) of volgens het Amerikaanse protocol US 16 CFR §1700.20 (Child resistant & senior use effectiveness). Het Belgisch Verpakkingsinstituut is de enige instantie in België die geaccrediteerd is om de certificaten uit te reiken. “De verschillende testprocedures werken volgens hetzelfde principe,” verduidelijkt Didier Wittebolle. “We hebben een testpanel van 30 kinderen tussen 42 en 51 maanden oud, meestal kinderen van de eerste kleuterklas. De kinderen krijgen een goed geconditioneerde verpakking aangeboden – zonder zegelring, het moet realistisch zijn – en krijgen vijf minuten de tijd om die te openen. Als dat niet lukt, toont de begeleider dat hij het wel open krijgt en dan krijgen de kinderen weer vijf minuten. De bedoeling is dat geen enkel kind het open krijgt.”

Des enfants testent les emballages dans des conditions réalistes pendant dix minutes. Ils ne doivent pas parvenir à les ouvrir.

 

Om te onthouden

  • Producten die schadelijk kunnen zijn bij onoordeelkundige inname moeten kinderveilig verpakt worden
  • Kinderveiligheid en gebruiksgemak worden getest met panels van kinderen en volwassenen
  • Kinderveilige verpakkingen hebben een beperkte bijkomende productiekost en nauwelijks of geen extra milieulast
  • Fles en dop zijn één geheel, het is de combinatie die getest wordt

 

Praktijktesten met volwassenen garanderen gebruiksgemak

Uiteraard moeten volwassenen wel overweg kunnen met de verpakking. Daarom is in de procedures ook een proef met volwassenen voorzien. “Die werkt een beetje andersom,” zegt Didier Wittebolle. “Het testpanel bestaat uit mensen tussen 50 en 70 jaar. We geven hen een voorbeeldverpakking waarmee ze eerst vijf minuten mogen experimenteren om er zich vertrouwd mee te maken. Dan geven we een nieuwe, perfect geconditioneerde verpakking; ze krijgen één minuut de tijd om die te openen en opnieuw te sluiten. Om goed te zijn mag het bij maximaal 10 % van de mensen fout gaan. Zo zijn we zeker dat de meeste volwassenen er goed mee overweg kunnen.”

Advies aan de industrie

Volgens Didier Wittebolle zijn er nog heel wat verpakkingen in omloop die niet gecertificeerd zijn. “Er is nog werk aan de winkel,” zegt hij. “Niet iedereen is even goed op de hoogte van de wetgeving. Anderen denken dat het volstaat om bij bekende leveranciers kinderveilige doppen aan te kopen. Maar dat is niet zo: een certificaat wordt alleen afgeleverd voor een welbepaalde combinatie van flacon en dop. Want als ze niet perfect op elkaar passen, is de kinderveiligheid niet verzekerd.” Het BVI doet meer dan testen alleen. “We geven ook advies,” verduidelijkt Didier Wittebolle.“Als een verpakking faalt, weten wij vaak waar het aan ligt. We zetten de fabrikant dan op het juiste spoor zodat hij zijn fabricage sneller kan bijsturen. Daar is iedereen bij gebaat.”

Nauwelijks nadelen, geen bijkomende milieulast

Aan de ontwikkeling en certificatie van kinderveilige verpakkingen zijn kosten verbonden, maar die bijkomende productiekost is relatief beperkt. “De controle-instanties willen de drempel zo laag mogelijk houden want veiligheid primeert. Daarom bestaan er ook speciale, vereenvoudigde testprocedures voor aanpassingen aan bestaande verpakkingen.” Kinderveilige sluitingen zijn ook nauwelijks of niet zwaarder dan andere sluitingen.“Ze zijn natuurlijk wat complexer,” zegt Didier Wittebolle, “maar ze bevatten niet of nauwelijks meer materiaal. De bijkomende milieulast is dus verwaarloosbaar.”

Meer weten

L’Institut belge de l’Emballage (IBE)  promoot het rationele gebruik van verpakkingen en ondersteunt overheid en industrie op wetgevend, informatief en educatief vlak. Het BVI heeft een labo met ISO 17025 accreditatie waar genormeerde proeven worden uitgevoerd op materialen en verpakkingen. www.ibebvi.be

De Europese CLP-verordening (Classification, Labelling, Packaging): http://ec.europa.eu/enterprise/sectors/chemicals/classification/index_en...

Verpakkingen verhogen ook de veiligheid 

Risico op vergiftiging verminderen

Huishoudproducten en geneesmiddelen houden een risico in voor de gezondheid van consumenten als ze niet op de juiste manier gebruikt worden of in de verkeerde dosis worden ingenomen. Een goed ontwikkelde verpakking helpt om consumenten – en kinderen in het bijzonder – te beschermen.

50 000 gevallen per jaar

Het Antigifcentrum krijgt jaarlijks nog altijd 50 000 noodoproepen te verwerken. Het gaat dan meestal over incidenten met geneesmiddelen (45 %) en huishoudproducten (31 %). In mindere mate zijn er ook ongevallen met cosmetische producten (4 %) en pesticiden (4 %). “De meeste vergiftigingen komen voor bij – vaak zeer jonge – kinderen die even ontsnapt zijn aan het toezicht van de volwassenen in hun buurt,” verduidelijkt Martine Mostin, directrice van het Antigifcentrum. “In meer dan de helft van de gevallen gaat het om kinderen tussen 1 en 4 jaar oud. Op die leeftijd hebben kinderen immers de neiging om alles in hun mond te stoppen. Zij moeten dan ook specifiek beschermd worden tegen de vergiftigingsrisico’s van bepaalde producten.”

De consument is niet beschermd tegen vergissingen

Welke producten zorgen voor de grootste risico’s? Bij huishoudproducten gaat het vooral over corrosieve en irriterende stoffen (ammoniak, schoonmaakproducten voor afzuigkappen, ontstoppers die bijtende soda of zwavelzuur bevatten, …), producten op basis van oliederivaten (white spirit, meubelreinigers, vloeibare aansteekmiddelen voor de barbecue, …), methanol of antivries. “De vele ongevallen met white spirit zijn bijvoorbeeld te verklaren door het feit dat de vloeistof doorzichtig is en lijkt op water of azijn,” zegt Martine Mostin. “Een ander voorbeeld is rattengif. Dat wordt wel verkocht in een beveiligde verpakking, maar eens het verspreid is in een bepaalde ruimte, vormt het een gevaar voor bijvoorbeeld spelende kinderen. Hier speelt de verpakking dus minder een rol en zijn de risico’s inherent aan de manier waarop het product wordt gebruikt.” Bij geneesmiddelen is een groot deel van de vergiftigingen het gevolg van overdosering of fout gebruik. Dat laatste komt vaak voor omdat identiek lijkende flacons een heel andere inhoud hebben. Of wanneer de variant voor kinderen qua verpakking nauwelijks verschilt met die voor volwassenen.

Mondspoeling, anti-allergische siroop en ontsmettingsmiddel in zo goed als identieke flacons. Een vergissing is snel gebeurd.

 

Om te onthouden

  • Een goed ontwikkelde verpakking beschermt de gebruiker tegen vergiftigingsrisico’s van toxische producten.
  • Veiligheidsdoppen en doseringssystemen beperken het risico op ongewilde inname.
  • Duidelijke informatie en een ondubbelzinnig etiket dragen bij tot een veilig gebruik

 

Een fabrikant van een siroop op basis van paracetamol verving de sluiting door een kinderveilige dop en zag het aantal ongevallen met kinderen gevoelig dalen. (bron: Antigifcentrum)

 

De verpakking moet beschermen…

De kinderveilige dop is waarschijnlijk het meest bekende voorbeeld van een verpakking die de veiligheid verhoogt. De dop is trouwens verplicht voor toxische producten die voor huishoudelijke doeleinden en in kleine dosissen worden gebruikt (zie ook Dossier). “De doeltreffendheid ervan is duidelijk aangetoond,” stelt Martine Mostin vast. “Zo daalde het aantal vergiftigingen met een siroop op basis van paracetamol gevoelig nadat de fabrikant een kinderveilige dop op de flessen aanbracht.” Maar de veiligheid moet ook op andere vlakken verzekerd worden. De fles zelf moet voor een aangepaste dosering zorgen en voldoende robuust zijn, zeker bij toxische producten. Het zijn stuk voor stuk maatregelen die (jonge) consumenten beschermen tegen eenfoutief gebruik van het product

… maar ook ondubbelzinnig informeren

Ook correcte informatie verhoogt de veiligheid van producten. Elke verpakking bevat zowel formele informatie – zoals het etiket en expliciet vermelde instructies – als informele informatie – bijvoorbeeld het uitzicht van het product en de verpakking. De verpakking moet duidelijk aangeven hoe het product moet gebruikt worden en ondubbelzinnig informeren over eventuele gevaren. “Deze twee types informatie worden bovendien best duidelijk gescheiden en moeten zowel op de primaire als op de secundaire verpakking staan,” benadrukt Martine Mostin. “Tegelijk mag de fabrikant de verpakking ook niet overladen met informatie. Dat laatste is niet eenvoudig, zeker als we rekening houden met alle wettelijk vereiste informatie, die bovendien in twee talen aanwezig moet zijn.” Ook het uitzicht van de verpakking kan bepalend zijn. Vooral voor kinderen zijn kleur en vorm van de verpakking een belangrijk ‘signaal’. Verwarring moet worden vermeden. De strips waarin geneesmiddelen verpakt zitten moeten dan ook een heel andere kleur, textuur en vorm hebben dan die van bijvoorbeeld bonbons.

Anticiperen op ongevallen bij het ontwerp

Fabrikanten moeten al tijdens de ontwerpfase van het product en de verpakking anticiperen op mogelijke onoordeelkundige inname of blootstelling. Ze kunnen de verschillende veiligheidsaspecten best meteen integreren in de producttests met consumentenpanels. De manier waarop een gebruiker de verpakking tijdens die tests hanteert geeft al een goede indicatie van mogelijke risico’s.

De veiligheid van verpakkingen optimaliseren 

Vanuit veiligheidsoogpunt moet een verpakking:

  • duidelijk informeren over het correcte gebruik van het product
  • apart vermelding maken van de veiligheidsrisico’s
  • zorgen voor een aangepaste dosering, liefst zo klein mogelijk
  • alle twijfels wegnemen over de inhoud

Meer weten